Eind februari bracht Knack een bijdrage van Dirk Draulans die vierkant inging tegen de stroom aan ophemelende mediaberichten over hoe geweldig het stadsleven wel zou zijn. Op de website vond je deze titel: “Chronische luchtvervuiling en hogere temperaturen: waarom we niet gemaakt zijn om in een stad te wonen”.
De titel in de gedrukte Knack van 25/02/2026 was algemener en beter: “U bent niet gemaakt voor de stad.” Want niet alleen luchtvervuiling en hogere temperaturen zijn problematisch. De ondertitel bij de foto op de website vatte het gevat zo samen: “Het stadsleven bevat te veel elementen die niet overeenstemmen met onze biologische voorgeschiedenis.”
‘Sapiens’ roeit anderen uit maar stapelt zichzelf steeds hoger

Bioloog Dirk Draulans schrijft al decennia voor het weekblad Knack. Eén van zijn vroegste artikels – uit 1990 – herinner ik me nog goed omwille van de stevige titel: “De mens is een ramp”. Draulans had het toen erover hoe overal waar ‘Homo Sapiens’ als migrant ten tonele verscheen – dus niet in bakermat Afrika zelf – de megafauna verdween. In zijn succesboek ‘Sapiens’ zou Yuval Noah Harari dat in 2012 nog eens uit de doeken doen. Overal waar vanaf zo’n 100.000 jaar geleden de ‘moderne mens’ opdook verdwenen zowel andere mensensoorten (bij ons de Neanderthalers) als de megafauna (mammoeten, grondluiaards …). Het bracht Harari tot deze vernietigende conclusie: “Homo Sapiens lijkt nog het meest op een ecologische seriemoordenaar.”
En de uitroeiing gaat door: momenteel beleeft de aarde door toedoen van de mens de zesde grote extinctiegolf. Die verschilt van de vorige door zijn hogere snelheid. Maar terwijl “we” het andere leven uitroeien, blijven er maar mensen (en hun vee) bijkomen. 8,2 miljard Sapiensen anno 2026. En het zal wellicht/hopelijk pas stoppen eind deze eeuw als we met zijn 10 miljard zullen zijn.
Bon, waar al dat menselijk volk huisvesten anders dan in steeds verticaler steden ? Megasteden zelfs met agglomeraties zoals die van Jakarta met 42, Tokio met 41 en Delhi met 36 miljoen inwoners. In China zijn er twee ‘rivierdelta’s’ met nog meer volk: 41,6 miljoen in de ‘Oostelijke Yangtze Delta’ (rond Shanghai) en zelfs 72 miljoen in de ‘Noordelijke Parelrivierdelta’ (rond Kanton). Maar het wordt nog drukker tegen eind van de eeuw met in 2100 steden zoals Lagos (Nigeria) met dan 88 en Kinshasa met 83 miljoen inwoners ! Ongeveer zoveel als nu in heel Duitsland (ca. 84 miljoen).
Wordt de mens exclusief een ‘stadsdier’ ?
Het gevolg van de bevolkingsgroei en van de ‘vlucht’ naar de steeds breder uitdijende steden – waar werkgelegenheid en tal van diensten te vinden zijn – is dat steeds meer mensen stadsbewoners werden. Draulans citeerde rapporten van de Verenigde Naties (VN) plus een herziening in 2025 “van de definitie van ‘stad’. Als grote gemeenten met minstens 5.000 inwoners en een gemiddelde dichtheid van meer dan 300 mensen per vierkante kilometer meegerekend worden, blijkt liefst 81 % van de mensen in een stadscontext te wonen. Tegen 2050 zal het 83 % zijn.”
In eigen land telt heel de noordelijke helft (Vlaanderen) nu gemiddeld meer dan 500 mensen per vierkante kilometer wat maakt dat bijna heel Vlaanderen nu als een stadsgewest gezien kan worden.
Maar de VN-rapporten wezen er “ook op dat een stadsleven niet gezond is. Chronische luchtvervuiling en hogere temperaturen (steden warmer sneller op dan het platteland) leiden tot meer problemen met hart en bloedvaten. Ze verhogen het risico op mentale aftakelingen zoals de ziekte van Alzheimer.”
‘Omgevingsmismatch’
Er speelt evenwel meer. Draulans: “Een recent overzicht van de wetenschappelijke gegevens over de nadelen van het leven in een stad, gepubliceerd in Biological Reviews, windt er geen doekjes om: mensen zijn niet geëvolueerd om in steden te leven. De auteurs gebruiken de term ‘omgevingsmismatch’. De mismatch heeft te maken met het feit dat een stadsleven te veel elementen bevat die niet overeenstemmen met onze biologische voorgeschiedenis.”
Het overgrote deel van ons eigen bestaan als soort én dat van de mensachtigen die ons vooraf gingen, werd doorgebracht in bossen, savannes en andere natuurlijke ruimtes waarin onze voorouders “miljoenen jaren leefden als jager-verzamelaars, met frequente verplaatsingen, korte opstoten van stress (bijvoorbeeld wanneer ze met een roofdier te maken kregen) en een sterke interactie met een groene leefomgeving.”
Met de industrialisatie ontstond vanaf 1750 – dus nog geen 300 jaar geleden – “een compleet nieuwe levenscontext, met geluids-, lucht- en lichtpollutie, chronische confrontatie met stoffen zoals microplastics en pesticiden, een constante overprikkeling van onze zintuigen en ‘onnatuurlijke’ eigenschappen zoals chemisch bewerkt voedsel en een sedentaire levensstijl.”
Dat alles heeft een historisch nooit eerder geziene impact. “Stressfactoren zoals verkeer, werkdruk en sociale media lokken voortdurend reacties van ons lichaam uit. Maar dat reageert nog altijd zoals het vroeger op een ontmoeting met een holenbeer reageerde. Die holenbeer kon nog verjaagd of ontweken worden, terwijl er vandaag niet aan stress te ontsnappen valt. De stressfactoren veranderen en verergeren, terwijl de biologische reacties op stress dezelfde blijven. Dat is de mismatch waarvan sprake.”
De auteurs van de bijdrage in Biological Reviews somden een hele reeks kwalijke gezondheidsgevolgen op “die het resultaat kunnen zijn van chronische stress, zoals afnemende fertiliteit (vooral van mannen) en een toename van auto-immuunziekten, waarbij je afweercellen je lichaam viseren. Het creëert een paradox: veel mensen, maar lang niet allemaal, leven comfortabeler in een stad dan op het platteland, met meer mogelijkheden, inbegrepen gezondheidsvoorzieningen. Maar ze betalen daarvoor een biologische prijs, in de vorm van onder meer cognitieve en fysieke beperkingen.”
Om iets te doen tegen al dat menselijk stadsleed, weten we eigenlijk al lang dat we de steden – ook omwille van de klimaatontwrichting – zo snel mogelijk moeten ‘vergroenen’ én dat ook met het platteland duurzamer moet omgesprongen worden. Minder chemicaliën bv. gebruiken in de landbouw. Meer natuurgebieden zich laten herstellen en vrijwaren. Al was het maar om zoals Draulans vermeldt, “mensen een uitlaatklep te geven”.
Waarna de Knack-journalist het betreurde dat onze beleidslui de studies zoals recent die van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) over de belabberde toestand van de Vlaamse natuur, blijkbaar niet lezen want Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns blijft pleiten voor minder Europese natuurbeschermingsregels. Zogezegd ter wille van de ‘economie’. Maar zoals Draulans ook meldde hebben studies aangetoond dat “elke euro die in Vlaamse natuur geïnvesteerd wordt, een rendement van 8 tot 51 euro oplevert, bijvoorbeeld door buffers te creëren tegen de desastreuze gevolgen van de klimaatopwarming, zoals overstromingen of extreme droogte, en door positieve gezondheidseffecten.”

“Een open landschap met bomen zou het meest rust brengen”
Decennialang al hebben studies “het heilzame effect van natuur op de gezondheid van mensen” bevestigd. Van het luisteren naar rust gevend vogelzang tot het kunnen kijken naar een grote boom. Ook onze andere zintuigen dan die van oren en ogen, staan open voor de weldaden van de natuur. Draulans: “Natuurgeuren zoals dennenhars of afgevallen bladeren geven ons ook mentale rust, zo bleek uit een overzicht van de gunstige effecten van natuur op ons welzijn in New Scientist. Een open landschap met bomen zou het meest rust brengen, zowel fysiek als mentaal.” Dat werd overigens ook bevestigd door studies die uitwezen dat mensen er de voorkeur geven te wonen in omgevingen met deze drie kenmerken: dichtbij water maar toch hoger dan de omgeving en met uitzicht op een parklandschap zoals de savanne waarin onze verre voorouders leefden.
Draulans besloot met te stellen dat “niemand er nog omheen kan, ook Jo Brouns niet: de meesten van ons hebben natuur nodig om gezond en gelukkig te zijn. Zelfs als ze zich er niet bewust van zijn.”. Brouns woont overigens zelf in de meest noordoostelijke gemeente van België, de landelijk-Limburgse Maasgemeente Kinrooi.
PS Voor een pittige kritiek van de hand van Lucas De Vos op de verstedelijking, zie deze bijdrage op de webstek van De Groene Belg: “Verstedelijking is verstening”.
‘CittaSlow’: Steden waar het ‘goed is om leven’
Tal van wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat er zonder een beperking van de menselijke bevolking, geen ecologisch duurzame omgang met Planeet Aarde mogelijk is (voor een bundeling van de studies zie hier).
Een interessant ‘compromis’ – als je het zo mag noemen – dat al jaren bestaat maar waar Draulans ook dit keer geen melding van maakt, net zoals de meeste ‘Vlaamse’ media die het al jaren compleet doodzwijgen – is dat van de ‘Slowcity’-beweging. Ontstaan in 1999 in Italië en daarom meestal bekend onder de naam ‘Cittaslow’. Nu ja, ‘meestal bekend’: ‘google’ in het Nederlands op ‘Trage steden’ en je vindt nauwelijks iets recents.
De Nederlandstalige Wikipedia vermeldt dit: “Cittaslow, letterlijk Langzame stad, is een internationaal keurmerk voor gemeenten die op het gebied van leefomgeving, landschap, streekproducten, gastvrijheid, milieu, infrastructuur, cultuurhistorie en behoud van identiteit goed scoren. Deze gemeenten mogen niet meer dan 50.000 inwoners hebben. De oorsprong van Cittaslow ligt in de Italiaanse plaats Orvieto en is geïnspireerd op de Slow Food beweging.”
Om te voldoen aan het Cittaslow-keurmerk moet een stad of gemeente aan een hele reeks vereisten voldoen en in alle geval ‘groen, duurzaam en leefbaar zijn’. Het gaat om gemeenschappen die gebalanceerd geijkt zijn op de menselijke maat. En waar men bv. ook aan ‘slow parenting’ kan doen: ouders die nog echt tijd maken voor hun kind(eren) en niet denken een soort ‘helikopter-ouders’ te moeten zijn die hun kind(eren) van hot naar her ‘vliegen’ (rijden). Laat kinderen zelf ook maar traag opgroeien, op hun eigen ritme en niet dat van al de ‘naschoolse activiteiten’ die men overal wil opzetten.
Onder de noemer “Gemeenten en steden met Cittaslow-keurmerk” vermeldt Wikipedia voor België deze drie pioniers: Damme, Opzullik en Maaseik. Met amper die drie locaties is de Nederlandstalige Wikipedia echter heel onvolledig. Op de Franstalige editie waar je kan lezen dat de Cittaslow-beweging ook omschreven wordt als het “Réseau international des villes du bien vivre », verneem je dat er hier in 2024 al 9 steden of gemeenten bij de beweging waren.
Op de internationale webstek van de beweging – https://www.cittaslow.org/ – kunnen de namen van de 9 gevonden worden. Daar vind je vooreerst dat er nu al 308 lokaties bij het Netwerk horen met in totaal 1 miljoen inwoners. De meeste ‘trage steden’ bevinden zich – zoals te zien op een kaart – in Europa: met Italië als koploper maar ook Frankrijk, Duitsland, Polen en Turkije (met in maart 2026 zijn 29ste erkende ‘Slowcity’: Ortahisar) zijn goed vertegenwoordigd. Buiten Europa spant China de kroon met een 20-tal ‘slow cities’.
Voor België vind je in het overzicht onderaan de ‘homepage’ deze 9 plaatsnamen: Beauvechain (Bevekom), Chaudfontaine, Damme, Enghien, Estinnes, Jurbise, Lens, Maaseik en Silly. ‘Opzullik’ staat er hier niet bij en toch behoort het tot de 9, maar dan onder zijn Franse naam want het betreft het Henegouwse Silly …
7 locaties dus in Franstalig België en maar 2 in het Nederlandstalig landsdeel. Tijd om er eens wat promotie voor te maken, nietwaar ? Wie voelt zich geroepen ? Spreek er eens lokale politici over aan. Om van uw gemeente/stad een ‘slow city’ te maken waar het rustig en goed om te leven is.
Jan-Pieter Everaerts